ABC zwemmen


Als kinderen 4 jaar zijn, mogen ze bij de WRB beginnen met zwemles. Het begint met watervrij maken en spelenderwijs leren de kinderen wat ze moeten kunnen om hun A, B en C zwemdiploma te halen.

Watervrij maken

Watergewenning is zeer belangrijk en wij trekken ook veel tijd uit om onze leden een emotioneel veilige zwemopleiding te bieden. Want met tegenzin het water in moeten haalt al het plezier gelijk weg en vormt een blokkade voor het aanleren van de vaardigheden. Belangrijke vaardigheden zijn hier namelijk:

  • drijven – zweven – zinken
  • onder water zijn en orienteren
  • te water gaan en eruit klimmen
  • draaien
  • ervaring opdoen met voortbewegen

Het is dan ook de bedoeling dat de kinderen bij diploma A echt watervrij zijn.

Plezierige en ontspannen groepssfeer

Fantasievormen zijn voor ons belangrijke werkvormen. Het taalgebruik is eenvoudig en sluit zoveel mogelijk aan bij de fantasie van de kinderen. Informatie en feedback wordt zoveel mogelijk gevisualiseerd. De juffen en meesters zijn veel in het water en hebben gelegenheid om te werken aan een plezierige en ontspannen groepssfeer. De kinderen krijgen ruimte om veel te ontdekken en kunnen een keer per week 40 minuten komen zwemmen. Drijfmiddelen die vast aan het kind zitten (bijv. een kurk) worden alleen in uiterste nood gebruikt voor extra correctie.

Zwemmen met kleding

De vordering van de kinderen wordt bijgehouden door de instructeurs. Als iemand achterop raakt proberen wij daar meer aandacht aan te geven. Als alles goed gaat dan kunnen de kinderen aan het einde van een blok toets zwemmen. Bij die toetsen moeten de kinderen onder andere met kleren aan zwemmen. Hier beginnen we bij de eerste groep al mee. Om dit te oefenen geeft de instructeur geregeld aan wanneer de kinderen hun extra kleding meer moeten nemen. In de eerste groep beginnen we met alleen een T-shirt en hoe verder ze komen hoe verder dit wordt uitgebreid.

Zwem ABC

Indeling ABC in tijdsblokken

Wij hebben het Zwem ABC in tijdsblokken verdeeld. Na het eind van elk tijdblok wordt er toets gezwommen. Na het behalen van de toets krijgen de kinderen een diploma. Wij hebben gekozen voor zes blokken met de volgende verdeling:

4 blokken tot aan het zwem-A
1 blok tot aan het zwem-B
1 blok tot aan het zwem-C

Voor elk blok plannen we 20 lessen waarin ook een aan aantal reservelessen opgenomen zijn. Hieronder volgt een overzicht van de blokken waarin gewerkt wordt.

Blauwe Dolfijnen (Watergewenning)

Bij de blauwe toets maken de kinderen voor het eerst kennis met de zwemlessen. Sommigen vinden het water nog een beetje eng en anderen kunnen niet wachten om in het diepe te springen. Bij deze eerste groep is het eerste doel dat de kinderen helemaal watervrij worden. Daarnaast beginnen we met de eerste stappen naar het A diploma wat vooral inhoudt dat de dolfijnen in het water durven springen, zelfstandig moeten kunnen drijven op de buik en op de rug en zich kunnen oriënteren boven en onderwater.
Sommige kinderen hebben al deelgenomen aan het ouder – kind zwemmen van bijvoorbeeld het Sterrenbad. Deze kinderen zijn vaak al watergewend op het moment dat zij gaan deelnemen aan de lessen van het Zwem -ABC. Deze kinderen doorlopen onze leerweg sneller dan de andere kinderen. Het eerste blok op weg naar het Zwem – ABC houdt hier dan ook rekening mee.

Paarse Zeepaardjes

Hier aangekomen wordt het tijd voor het echte zwemwerk. De kinderen krijgen in deze groep de enkelvoudige rugslag en de schoolbeenslag aangeleerd en ook worden borst- en rugcrawl verder ontwikkeld. Ook mogen de kinderen hier al onderwater zwemmen, ook al is het maar 2 meter, het is toch al heel wat.
Vervolgens wordt er hard gewerkt aan de zwemtechnieken. Vooral de schoolslag en de enkelvoudige rugslag krijgen veel aandacht. De tijden van het watertrappelen en het drijven worden verlengd en de beginselen van de kopsprong (beter bekend als van de kant af duiken) worden aangeleerd. Het A – diploma komt nu erg dicht bij.

Toets A – diploma

Hier komt dan eindelijk dat eerste echte diploma! Al de onderdelen worden nog meer verbeterd en soms verlengd in tijd zoals bij het onderwater zwemmen en het drijven. De borstcrawl en de rugcrawl krijgen hier veel aandacht. Er wordt hier al vroeg mee begonnen zodat het uiteindelijk bij diploma C niet meer helemaal nieuw is voor de kinderen.
De afstanden bij schoolslag en rugslag worden opgevoerd en deze slagen moeten ook met kleding worden gezwommen. Als alles uiteindelijk is aangeleerd kunnen de kinderen hun eerste echte diploma halen, hun A.

Toets B – diploma

Zonder tussen groepen gaan we gelijk door met het B – diploma. Hier wordt alles nog een stapje meer en langer. Het te water gaan, (uit)drijven en draaien moeten worden onderhouden en onderwater zwemmen en watertrappelen moeten nog verbeterd worden. Het gekleed zwemmen wordt ook wat zwaarder, de korte broek wordt ingewisseld voor een lange broek. Ook wordt de techniek van de zwemslagen verbeterd. Tijdens de zwemlessen worden een aantal vaardigheden en eisen uit het C – diploma alvast geintroduceerd.

Toets C – diploma

Het einde van het ABC lijkt in zicht. De bij C aan gekomen kinderen hebben in hun vorige groep al veel onderdelen van het C – diploma voor hun kiezen gekregen. Deze vaardigheden worden hier verder geoefend. Er zijn ook nog een aantal nieuwe onderdelen zoals wrikken, “HELP” – houding en draaien om de breedte as (koprol). Wat hier ook veel aandacht krijgt is de borst – en rugcrawl. Deze moeten krachtig worden uitgevoerd met een juiste ademhaling. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de kinderen hun zwem – ABC compleet maken met hun diploma.

De Wassenaarse Reddingsbrigade heeft de organisatie van de zwemlessen uitbesteed aan de Stichting Zwemopleiding WRB.